Infobijeenkomst 9 juli 2025: we gaan verder

Tijdens de informatiebijeenkomst van de gemeente op 9 juli liep de emoties soms hoog op. Verschillende bewoners uitten hun emotions en gaven daarbij aan dat zij onvoldoende op de hoogte waren gehouden door het projectteam, of dat zij zich verkeerd of niet geïnformeerd voelden.

Inmiddels is duidelijk geworden dat alle 42 onderzochte alternatieven op dit moment volgende het projectteam niet geschikt zijn als vervanging van de twee sportvelden aan de rand van het Brasapark. Hierdoor blijft bij velen de indruk bestaan dat het zoeken naar alternatieven uiteindelijk een nutteloze exercitie is geweest. Door de vastgestelde toetsingscriteria, waaronder de vereiste gereedheid in 2028, had geen enkel alternatief daadwerkelijk kans van slagen.

Toch verliep de bijeenkomst uiteindelijk goed, mede dankzij het optreden van de professionele gespreksleider. De opkomst was goed: het aantal van 70 aanwezigen werd genoemd. Daarnaast waren er twee medewerkers van INBO aanwezig en vier leden van de Stadsdeelcommissie (Margreet Simons, GL; Michel Idsinga, PvdA; Paul van Eerden, Bewoners A’dam ZO; en Dylan Bakker, Bij1).

Centraal tijdens de bijeenkomst stond de presentatie (met nieuwe situatietekening) van en door Gert-Jan Stroucken, projectleider namens de gemeente. Hij lichtte zijn rol toe als ambtenaar en opdrachtnemer namens de betrokken wethouder, in het kader van een onderzoek naar de realisatie van een sportpark nabij het Brasapark. Na zijn afwijzen van 42 alternatieven door de gemeente en het projectbureau, en het overnemen van deze beslissing door het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel, vervolgt hij het onderzoek om te bepalen in hoeverre de benodigde vergunningen verstrekt kunnen worden. Het resultaat hiervan zal, samen met een advies van het stadsdeel, worden gepresenteerd aan de gemeenteraad en de betrokken wethouder. In dit proces zal het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel (en mogelijk de stadsdeelcommissie) een advies uitbrengen richting de wethouder. Op 8 juli heeft de stadsdeelcommissie besloten het nu gepresenteerde rapport, inclusief het overgenomen besluit van het Dagelijks Bestuur, op 9 september te bespreken. Het is onduidelijk hoe de stadsdeelcommissie zal oordelen en wat dit precies betekent voor de verdere procedure.

Gert-Jan Stroucken benadrukte dat het onderzoek en de planning voor de sportvelden en de kantine achter Maldenhof door hem en zijn team in juli en augustus zonder onderbreking worden voortgezet. Hij deed opnieuw een dringend beroep op bewoners om in de komende periode deel te nemen aan overleg over (de planning van) de sportvelden op deze locatie.

Buurtgroep:

Op de bijeenkomst bleek ook dat het terrein van de velden op dit moment de bestemming “snelweg” heeft. Dit moet worden aangepast. En dit is slechts één van de vele voor beroep en bezwaar vatbare vergunningen en beslissingen die noodzakelijk zijn voordat er een schop de grond in kan. Aanleg voor 2028 lijkt de buurtgroep dan nauwelijks of zelfs niet haalbaar. Als men zich dit realiseert, zijn vele afgewezen alternatieven realistisch. Opvallend is namelijk dat het rapport wel degelijk plekken voor sportvelden ziet, maar dan voor een latere termijn. Het zoeken naar door de bewoners aangedragen alternatieven heeft nieuwe zoekmogelijkheden opgeleverd voor sportvelden. De projectleider verwacht elke vier jaar een extra sportpark in Zuidoost.

Wat de buurtgroep betreft is het duidelijk: geen twee kleine sportvelden op deze plek, maar een nieuwe, efficiënte en toekomstbestendige oplossing op een betere locatie. Dan maar niet klaar voor 2028; liever beter voor Zuidoost en voor de betrokken kleine verenigingen. De buurtgroep zal de leden van de stadsdeelcommissie van hun visie op het rapport en het besluit van het Dagelijks Bestuur voorzien.

Dilemma voor de bewoners en de buurtgroep

Vanuit de bewoners is een belangrijk dilemma naar voren gebracht, waarover o.a. de buurtgroep zich zal moeten buigen. De bewoners en buurtgroep geven duidelijk aan geen sportvelden op deze plek te willen; hun argumentatie hiervoor is bekend. Wanneer zij toch ingaan op het verzoek van de projectleider en deelnemen aan gesprekken, kan dit door de besluitvormers worden opgevat als het beëindigen van hun verzet. Ook in juridische procedures kan dit feit tegen de bezwaarmakers gebruikt worden. Meepraten zou dus nadelig kunnen uitpakken. Anderzijds hebben de bewoners er groot belang bij betrokken te blijven bij oplossingen voor de uitdagingen die ontstaan als de sportvelden er onverhoopt toch komen. De uitstraling vanuit projectleider en gemeente is dat de aanleg al vaststaat. De vraag blijft dan ook: wat is nu de beste handelswijze?

Vergelijkbare berichten